U bevindt zich hier: Home Bijzondere Activiteiten Dag van de Zwembadpas

Dag van de Zwembadpas

De jongste deelnemers aan de  Zwembadpaskampioenschappen. (Foto: Eddy Posthuma de Boer) De jongste deelnemers aan de Zwembadpaskampioenschappen. (Foto: Eddy Posthuma de Boer)

Voor velen geldt zaterdag 16 juni 2001 als het hoogtepunt van tien jaar Theo
Thijssen Museum: de Dag van de Zwembadpas. Wat in het rokerige cafe ’t Smalle begon als een leuke grap (‘we zien wel waar het schip strandt’) mondde dankzij ons brede  Zwembadpasmité uit in een geweldige manifestatie, die honderden belangstellenden uit het hele land deed afreizen naar Westerkerk en Westermarkt.
Na een overstelpende voorpubliciteit liep de Westerkerk die zaterdagmorgen al gauw voller dan vol. Te genieten viel er veel: tranen met tuiten lachen om de mimische illustratie door Rob van Reyn bij het lezen van de zwembadpaspassage door Hans Dagelet, een historisch-topografisch exposé (en driewerf hoera voor de jarige Thijssen) van Ons Amsterdam-hoofdredacteur Peter-Paul de Baar, opnieuw hilariteit rond de literaire sportboekleestips van Matthijs van Nieuwkerk aan Theo Thijssen,  tamelijke ernst bij het onderwerp ‘De opkomst van de Turnbeweging rond 1890’ (sportsocioloog Ruud Stokvis), lachsalvo’s bij de quasi-droge lezing van bewegingswetenschapper Piet van Wieringen over de ergonomie van de Zwembadpas, gepaste aandacht voor (opnieuw) Hans Dagelet over de dramaturgie van de Zwembadpas en prachtige vioolmuziek van Vera Beths. En dan nog de wereld-première van het Lied van de Zwembadpas van en door Rick de Leeuw, die dat later buiten nog eens dunnetjes overdeed.
Met bakken kwam de regen naar beneden toen om twee uur het middagprogramma begon op de Westermarkt. Maar de honderden belangstellenden wachtten tot het droog was en konden toen genieten van de Eerste Nederlandse Zwembadpaskampioenschappen, met muzikale omlijsting van het Willem Breuker Kollektief en (opnieuw) Rick de Leeuw en zijn Tröckener Kecks.
Een voorbeeldige dag, die menigeen deed verzuchten dat er toch nog veel goeds schuilt in de mensheid. Het ging nergens over, maar wat hebben we een plezier gehad!

{youtube}gQ176ZVCVEo{/youtube}

 

CITAAT VAN DE MAAND

Mijn mooiste herinnering uit de tijd van opa Thijssen is die van de oudejaarsavond van het jaar 1884. We‑‑vader, moeder, ik en m'n broertje en zusje--zijn daar toen `'t ouwe en nieuwe gaan houden'. 't Zusje sliep al gauw en Henk werd ook al spoedig ergens in een bed gestopt, toen hij `omviel van de slaap'. Maar ik mocht langer opblijven en in plaats van slaperig werd ik hoe langer hoe wakker­der. Het gezelschap dronk warme pons en zong van `laat ons drinken, laat ons klinken, laat ons samen vrolijk zijn' en later op de avond op aandringen van opa, het `Wien Neerlandsch Bloed' en speelde loterij met de kaarten. Ik was de held van de avond; telkens vroeg me een oom of tante: `Is het nog geen twaalf uur?' En dan keek ik op de klok en deelde nauwgezet mee: `Nee, nog lang niet, 't is pas tien minuten voor half elf,' of zoiets. De ver­bazing was algemeen, elke keer als ik, vijfjarige, zo knap bleek en mijn moeder vertelde dat ik mezelf dat klokkijken had geleerd en dat ik nooit slaap had: `Je zal zien, om twaalf uur is-ie nog net zo helder als midden op de dag, ja, 't is ons waakzame haantje, zeg ik altijd.'

(Theo Thijssen, In de ochtend van het leven.)

 

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie