.png)
week 7


Maandag 5 oktober 8:30 uur
Van: Rozemarijn Viks, Praktijk Sprankelpad
Aan: directrice De Dagwacht
Onderwerp: VERTROUWELIJKE SPOED
Beste directie van basisschool De Dagwacht, (juf José?)
Ik schrijf u omdat ik namens Praktijk Sprankelpad mijn zorg wil uitspreken over de manier waarop uw leerling Bing (groep 8) recent is aangesproken op school. Hij geeft aan dat hij stevig is aangepakt, zowel fysiek als verbaal.
Het krijgen van ongenuanceerde feedback bij ongewenst gedrag heeft bij Bing geleid tot meer spanning en een gevoel van afwijzing. Dit werkt niet alleen averechts, het belemmert ook de ontwikkeling waar we samen, als coach, ouders én school, aan zouden moeten werken.
Als kindercoach zie ik dat Bing (maar dat geldt voor veel kinderen) in zulke situaties niet tot leren of zelfreflectie komt, maar juist blokkeert. Wanneer school hard corrigeert zonder perspectief te bieden op gewenst gedrag of herstel, wordt een kans gemist om positief richting te geven. Bovendien vergroot dit de kans op escalatie en verdere gedragsproblemen.
Ik wil u daarom dringend vragen om er bij uw leerkrachten op aan te dringen dat ze bij de interactie met Bing duidelijkheid bieden en een opening tot verbetering, in plaats van bestraffing of persoonlijke afkeuring. Dit sluit aan bij de begeleidingslijn die ik volg en zal Bing wél de mogelijkheid geven om verantwoordelijkheid te nemen en stappen vooruit te zetten.
Ik stel voor om hierover spoedig in gesprek te gaan, zodat we samen een consequente en constructieve aanpak kunnen afspreken. Voor Bing (en eventuele toekomstige cliënten die bij jullie op school zitten) is het van groot belang dat school en begeleiding hierin dezelfde koers varen.
Ik zal een voorstel voor een gesprek sturen naar de desbetreffende leerkrachten, maar het leek me wenselijk om u alvast hierin mee te nemen.
Met vriendelijke groet,
Rozemarijn Viks
Kindercoach- Praktijk Sprankelpad
Maandag 5 oktober 12:11
Van: Rozemarijn Viks, Praktijk Sprankelpad
Is jouw duo goed te bereiken bij noodgevallen, ook buiten zijn/haar werktijd?
-
Ja, ik kan altijd appen
-
Niet altijd, maar wel regelmatig
-
Ja, maar alleen bij heel erg hoge nood
-
Nee, dat wordt echt niet geapprecieerd
-
Nee, ik zou niet eens weten hoe ik hem/haar kan bereiken


Dinsdag 6 oktober Lieve opa, Er is weer eens iets gebeurd in mijn klas en het rare dat ik er maar niet achter kom hoe het precies zit. Mijn duo was tot vandaag onbereikbaar buiten zijn werktijden en de kinderen vertellen allemaal een ander verhaal. Een leerling zegt dat hij stevig is vastgepakt door mijn duo. Hij heeft ‘bijna’ een blauwe plek, zei hij. Dat vond ik dan wel weer een grappige opmerking, maar de situatie is natuurlijk helemaal niet grappig. Een van de meisjes (en haar kliekje) zegt dat mijn duo de leerling aan zijn haren de klas uit heeft gesleept. De anderen zeggen dat de jongen hysterisch was geworden en de klas kort en klein sloeg, waarna mijn duo hem een klap op zijn wang gaf. Toen kalmeerde hij, precies zoals je weleens in de film ziet. Ik weet niet wat ik moet geloven. Die duo heeft weleens iemand van het schoolplein afgemept en toen waren we er blij mee. We zullen aan het eind van de week wel horen hoe het precies zat, maar door dit gedoe vroeg ik me wel iets af: Hoe was dat in jouw tijd? Ik weet dat kinderen wel eens in de hoek moesten staan als ze iets hadden gedaan. Maar heb jij weleens een kind een tik gegeven? Of de neiging gehad om dat te doen? Mocht dat toen nog? Er zijn momenten waarop ik zou willen dat ik… nou ja, ik zou niet willen slaan. Maar een kind bij zijn schouder pakken en de gang op duwen tot hij weer is gekalmeerd… ja… dat zou ik soms wel willen doen. Maar ik ben me er steeds van bewust dat ik in de problemen zou komen. (Dat geldt ook voor knuffelen, trouwens. Troosten durf ik ook niet goed.) Maar het is ook oneerlijk, natuurlijk. Zo’n kind wil zich eigenlijk ook niet misdragen. Het is een uiting van iets…van frustratie of wanhoop. Een grotere en sterkere volwassene is sowieso al bedreigend en om dan die ongelijke machtsverhouding nog eens fysiek te benadrukken maakt het alleen maar erger. Maar deze klas… Er is geen rol behang groot genoeg, denk ik, want ik zou ze er soms allemaal tegelijk achter willen plakken. Ik heb helemaal geen hekel aan ze, echt niet. Maar het zijn er zoveel en ze zijn ook… veel. Veel lawaai, veel problemen, veel chaos. Als ik jou hoor praten over vroeger, lijkt het alsof jij daar nooit last van had. Er is trouwens één kind in de klas waar ik me echt zorgen over maak, en ik weet nog niet of dat terecht is en of ik er iets mee moet. Ik zal je er over vertellen als ik je volgend weekend kom ophalen voor de familiedag. Ik ben blij dat je toch meegaat! Liefs, Anne-Stine
.png)
Woensdag 7 oktober 14:15 Van: Anne-Stine Aan: Theo Onderwerp: Overdracht week 7 Hallo Theo, Ik hou mijn overdracht kort. Kun je mij vandaag na school bellen om me eindelijk te vertellen wat er vorige week is gebeurd met Bing? Kun je straks ook José bijpraten? Die staat op ontploffen. En… Kun je me laten weten wat ik in ‘s hemelsnaam moet doen als ik jou op mijn lesdagen echt even wil spreken over iets belangrijks? Ik heb het over echte noodgevallen. Ik zal je niet lastigvallen als ik bijvoorbeeld niet weet waar je de lijmstiften hebt opgeruimd. (Ik heb ze uiteindelijk gevonden op de bovenste plank achter de rekenmaterialen. Ik snap niet goed waarom ze daar staan. Wil je voortaan de indeling van de kasten aanhouden zoals die nu is ???!!) Ik zag ook dat de drank nog in onze kast staat. Wil jij dat regelen? (En ja, er missen twee biertjes. Ik ben de enige die nu op school is. José en de anderen zijn al weg. De ouders en de coach van Bing hebben me letterlijk 8 keer proberen te bellen vandaag. Elke keer kwam José het lokaal in om te vragen of ik ze kon terugbellen, maar dat heb ik dus niet gedaan, want ik WEET NIET wat zich vorige week heeft voorgevallen. Ik vond dat ik een woemibo had verdiend.) Ik heb heel veel vragen en opmerkingen over onze leerlingen, maar misschien kunnen we dat dan telefonisch doen. Ik weet niet eens zeker of je dit wel leest. Groetjes, Anne-Stine
.png)

Amsterdam, woensdag 7 oktober Ik heb zojuist Anne-Stine gebeld. Ik geloof waarachtig dat ik nog nooit een collega heb opgebeld, in ieder geval niet over schoolzaken. Je moet een grote jongen zijn, zei ik tegen mezelf, je moet een grote jongen zijn en bellen. Het is toch eigenlijk idioot dat een ouwe knar van 65 dat tegen zichzelf zegt! Maar goed, de kwestie Bing dus. Een hoop gedoe om niks. Die mails van zijn ‘coach’ of zoiets heb ik ongelezen gelaten. Die Bing heeft geen coach nodig, maar een ouder die bereid is tijd te steken in zijn opvoeding. Toen ik dit zei tegen Anne-Stine werd ze trouwens boos, niet omdat ik ongelijk had, maar omdat het daar niet om ging, volgens haar. Vertel me nu eens wat er gebeurd is, zei ze, ‘daar heb ik recht op’. Een ergerniswekkende opmerking, maar ze had een punt. Ik heb haar dus verteld, nu ja, min of meer wat ik afgelopen zaterdag in het dagboek heb geschreven: dat joch kreeg een woede-aanval, ging veel te ver, ik heb hem de gang op gesleept. Niet aan zijn haren of zijn oor, maar in een gezellige omarming. Hij heeft me twee of drie keer een schop weten te geven. Ik heb ook gezegd dat ik het bespottelijk vind hoe alles wordt opgeblazen, en dat José zich laat opfokken door ouders en instanties waar ze pal voor ons zou moeten staan. Dat laatste was ze met me eens. Godallemachtig, iedereen doet zo moeilijk, iedereen zit in de hoogste boom om een onbenulligheid, iedereen is totaal over de rooie van niks, en iedereen vindt zichzelf zo ontstellend belangrijk: leerkrachten, directie, ouders, hulpverleners, en ten slotte ook de kinderen – ja vind je het gek? Ik word zo moe van die school. En morgen moet ik weer. Ik ben nog naar de haven gegaan, een tijdje naar de containerschepen gekeken in de Suezhaven. Piet van de loodsboot noemt het altijd de ‘pakjesboten’, want iedereen speelt tegenwoordig zijn eigen Sinterklaas en bestelt zich vanachter de laptop helemaal het apelazarus. Ik vind het laden en lossen een rustgevende aanblik geven, maar Piet zegt ook dat er achter die façade een compleet circuit schuilgaat, onzichtbaar maar met een nog veel groter economisch belang, honderden criminelen opereren ‘als pissenbedden onder een tegelpaadje’. Ik zie dat nooit, ik heb er gewoon geen oog voor, ik ben ten diepste een naïeve man die gelooft in de kracht van goed onderwijs. Die kinderen leuk vindt, behalve als hij een hekel aan ze heeft. En die zijn duo belt op een vrije dag. O ja, we hebben nog een tijdje over de klas gepraat. We hebben besloten dat we de ouders van Robin op gesprek vragen, en wellicht voor Marek een melding moeten doen bij Veilig Thuis. Ik heb het niet zo op Veilig Thuis, weer talloze mails, gesprekken met zes verschillende hulpverleners, en twaalf Plannen van Aanpak. Ik ga liever zelf eens bij Marek langs. Dat zal ik een dezer dagen doen (dit heb ik niet tegen Anne-Stine gezegd).
.png)
Vrijdag 9 oktober, 15:30 Van: Theo Aan: Anne-Stine Onderwerp: Overdracht week 7 Beste Anne-Stine Ik begrijp dat je overstuur was toen je jouw overdracht schreef. Ik merkte het in ons telefoongesprek. Ik hoop dat de lucht geklaard is. Ik heb nog met Bing gesproken. Of ik er wat mee opgeschoten ben, weet ik niet. Hij zei dat hij zich niets kon herinneren van de toestand van vorige week. Ik ben niet van plan om met zo’n coach in gesprek te gaan als ze zo’n toon aanslaan. Dit heb ik José gezegd. Ik heb ook gezegd dat ze niet op eigen houtje met die mensen moet gaan praten. Dat ze zich niet voor hun karretje moet laten spannen.Ik heb het idee dat José moeite heeft met alles, de laatste weken. Dit terzijde. Lola kwam aan met een vriendenboekje. Voorop had ze een foto van zichzelf geplakt, in een soort bikini met een minirokje, ik weet het niet. Ik heb gezegd dat ik niet in vriendenboekjes schrijf, omdat leerlingen mijn vrienden niet zijn. Kun jij haar aanspreken over die kleren, als ze met dat boekje bij jou aankomt misschien? Ik weet niet hoe ik zoiets aan moet pakken. Ik kreeg het smartboard niet aan de praat, er moet een update gedaan worden of iets dergelijks. Ik heb dingen op stukken karton geschreven, van de wijndozen die nog in het lokaal stonden. Dat vonden ze best leuk trouwens. Met die chromebooks kan ik ook niet overweg. Als ik de kinderen een opdracht geef die ze op de laptop moeten doen, ben ik meteen de controle kwijt. Ik laat ze dus schrijven en gebruik daarvoor soms extra materiaal dat ik ouderwets bij meneer Jan laat kopiëren. Weet jij wat skibidi, doekoe en ‘joesoe’ (yusu?) is? Ik heb de jongens, met name, Skipper, Mo, Ibrahim en Stan al tien keer gevraagd normaal te praten. Zij zeggen dat dit normaal is. Oké, doekoe is geld, maar die andere dingen kunnen ze zelf niet eens uitleggen. Ik ben al blij dat die six-seven-hype van vorig jaar helemaal voorbij is, maar ik wil verbieden dat ze in de klas straattaal of hun eigen geheimtaal spreken. Eens? Ik stel wel voor dat we deze overdrachten een beetje professioneel houden. Van lijmstiften weet ik niets. Misschien heeft een leerling ze ergens neergezet waar ze volgens jou niet horen. Sterkte komende week, Theo
