
|  |
In memoriam Rob Grootendorst
Op woensdag 25 februari 2000 overleed onze voorzitter, mede-oprichter en
vriend prof.dr. Rob Grootendorst, pas 56 jaar oud. Een klein jaar geleden werd
ontdekt dat hij kanker had. Twee zware therapieën mochten niet meer baten.
Dinsdag 29 februari is Rob gecremeerd op de Nieuwe Oosterbegraafplaats, waar op
28 december 1943 Theo Thijssen werd begraven. Het werk van Theo Thijssen was
een van de grote liefdes in Robs leven. Al sinds 1970 was hij er in zijn vrije
tijd op allerlei manieren intensief mee bezig. In het genoemde jaar, halverwege
zijn studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam (hoofdrichting:
Taalbeheersing), schreef hij voor zijn bijvak Moderne Letterkunde) een zogeheten
kleine scriptie over 'De waarderingsgeschiedenis van Theo Thijssens literaire
werk'; hij werkte die een jaar later om tot een artikel in het literaire blad
Tirade met de prachtige titel 'Kees de jongen en de Grote Pers'. Ook in
1970 maakte hij met jeugdvriend Marten Scholten een selectie uit Thijssens
literaire schetsjes: Meneer-zelf komt een uurtje en andere
verhalen</i>. Voor het (in 1975 opgerichte) Kwartaaltijdschrift
De Engelbewaarder stelde hij in 1976 het deel over Theo Thijssen
samen, met teksten van Thijssen, maar ook een biografische schets van 32
bladzijden, die tot op de dag van vandaag de meest omvattende levensbeschrijving
van Thijssen vormt. Toen uitgever Geert van Oorschot in 1979 (100 jaar na
Thijssens geboorte) het initiatief naam voor een standbeeld voor de schrijver,
werd Grootendorst secretaris/penningmeester van de Theo Thijssen Comité dat de
benodigde f 70.000 bijeenhaalde. Het prachtige beeld werd gemaakt door Hans
Bayens, die op zijn beurt in 1987 zorgde voor een gevelsteen in Thijssens
geboortehuis, Eerste Leliedwarsstraat. Tijdens de voorbereiding voor de
onthulling hiervan ontstond het plan voor een Theo Thijssen Museum in dit huis.
Tot dit doel werd in september 1987 de Stichting Theo Thijssen opgericht, met
Grootendorst als bevlogen voorzitter. Na veel geharrewar (de gemeente wilde het
pand slopen) kwam dit museum werkelijk tot stand; op 11 maart 1995 werd het door
burgemeester Patijn geopend. Intussen schreef Grootendorst (met Peter-Paul de
Baar en Jan Roedoe) Het Amsterdam van Theo Thijssen (1988) en
begon met De Baar aan de 'bezorging' van het Verzameld werk van Theo
Thijssen. Deel 1 verscheen in december 1993 (bij de uitgevers Thomas Rap en
Athenaeum-Polak & Van Gennep); gelukkig heeft hij de verschijning van deel 4
(juni 1999) nog mogen meemaken. Met Rob Grootendorst verliest de Stichting
Theo Thijssen niet alleen een "geboren Thijssen-fan" (zoals hij zichzelf
spottend noemde naar analogie van de "geboren postzegelverzamelaar" Kees Bakels
alias Kees de jongen), maar ook een geboren voorzitter: steeds opgewekt,
stimulerend, deskundig, en als leider van onze vergaderingen informeel en
efficiënt tegelijk; een samenbindende kracht bij uitstek. Wij zullen hem
verschrikkelijk missen, als voorzitter, maar vooral als vriend. Om met
Thijssen te spreken: "Is hij niet zowat de belangrijkste jongen geweest, die
er ooit bestaan heeft?"
PPdB
> Beeld: Rob Grootendorst bij de presentatie van deel 1 van Theo Thijssens Verzameld werk in 1993.
|
 |
|